Inbouwinstructies
Wij danken u voor de aanschaf van een nieuwe, gebruikte of revisiemotor. Wij hebben er alles aan gedaan om de kwaliteit van het door ons geleverde product te optimaliseren. Wij vragen u dan ook om deze inbouwinstructie goed te bestuderen, zodat problemen en ergernis voorkomen kunnen worden. Schade als gevolg van foutieve inbouw valt niet onder de garantie. Mochten er nadien toch problemen ontstaan, neem dan direct contact op met ons bedrijf. Wij adviseren u om bij uit- en inbouw altijd de originele specificaties van de fabrikant te gebruiken. Alleen als deze niet voorhanden zijn, kunnen deze algemene instructies u van dienst zijn.
Ontvangst
Controleer het product direct bij ontvangst op mogelijke transportschade. Signaleert u dergelijke schade, maak hiervan dan een aantekening op de vrachtbrief van de chauffeur. Alleen dan kan de schade worden geclaimd bij de verzekering van de betreffende transporteur. Verzuimt u dit en tekent u de vrachtbrief voor akkoord, dan kan er niet meer worden geclaimd en komen alle extra kosten voor uw rekening. Maak zo mogelijk foto's van de schade; dat vereenvoudigt en versnelt de afwikkeling. Controleer of het geleverde type juist is. Kijk daarbij ook zorgvuldig naar de draadgaten in het blok en naar de bevestigingspunten voor de diverse sensoren. Enkele producten leveren wij met tijdelijke delen (distributiedeksel, olieaanzuigzeef, carter en/of klepdeksel). Is dat het geval, vervang deze dan op eigen kosten door de delen van uw oude motor. Reinig deze delen vóór ombouw grondig en controleer ze op kwaliteit.
Traceren van oude schade
Om te voorkomen dat het nieuw geleverde product direct dezelfde schade oploopt als het oude deel, dient eerst de oorzaak van de oude schade te worden opgespoord en weggenomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het volgende:
- Luchtinlaatsysteem: controleer de kwaliteit van het luchtinlaatsysteem. Lekkages hierin kunnen vuil of stof doorlaten en zo tot verhoogde slijtage leiden. Controleer het inlaatspruitstuk op vreemde en/of kapotte delen, klop het goed leeg en blaas het door met lucht. Controleer ook het pasvlak van het spruitstuk.
- Koeling: optimale koeling is van levensbelang voor de levensduur van het product. Controleer de doorstroming van de radiateur, de werking van ventilator, sensoren en thermostaat, de werking van de viscokoppeling, de dop van de radiateur en/of het expansievat en de kwaliteit van de waterslangen en slangklemmen. Hebben wij de waterpomp niet bijgeleverd, controleer dan uw oude pomp op het lager, de keerring en overmatige corrosie. Controleer afdichtrubbers en luchtgeleidingsplaten voor een goede luchtstroming; ook vervuiling van de ventilator kan trillingen veroorzaken.
- Brandstofsysteem: een onjuiste verhouding van het brandstofmengsel kan oververhitting en/of overmatige slijtage van zuigerveren en cilinders veroorzaken. Controleer de kwaliteit van het brandstoffilter. Controleer het membraan van de opvoerpomp; een lekkend membraan kan de motorolie verdunnen en zo lagerschade veroorzaken. Laat een specialist de inspuitdelen en de verstuivers controleren. Een juiste afstelling en een juist inspuitmoment zijn van levensbelang voor de prestaties; een lekkende verstuiver kan direct zuigerschade veroorzaken.
- Ontsteking: de kwaliteit en het tijdstip van de ontsteking bepalen voor een belangrijk deel de levensduur en de prestaties van de motor. Controleer de onderdelen van het motormanagementsysteem met speciale testapparatuur. Controleer bij oudere ontstekingen het ontstekingstijdstip en controleer de slangen en het membraan van de vacuümvervroeging.
- Carterventilatie: een verstopte carterventilatie veroorzaakt een verhoogde carterdruk, waardoor oliekeerringen en pakkingen kunnen gaan lekken.
- Uitlaatsysteem: controleer of de doorgang niet wordt geblokkeerd door kapotte delen.
Montage
Neem de tijd en de rust om het product op de juiste wijze te monteren. Dit voorkomt uiteindelijk problemen en bespaart u kostbare tijd. Monteer zoveel mogelijk ombouwdelen al op uw werktafel en niet pas in de motorruimte. Dat werkt prettiger en u houdt beter zicht op uw eigen werk.
Begin met het reinigen van het motorcompartiment; dat werkt aanmerkelijk prettiger en is extra service naar uw klant. Reinig alle bevestigingsdelen van uw oude motor die u bij de opbouw nodig heeft; dit voorkomt beschadiging van schroefdraad en afwijkende aanhaalspanningen. Reinig zorgvuldig alle delen die u bij de montage gebruikt, zoals inspuitleidingen, inlaatsysteem, uitlaatsysteem, carterventilatie en de diverse delen van het koelsysteem.
Is de oliekoeler niet bijgeleverd, dan dient deze altijd te worden vernieuwd. Zorg dat de pakkingen steeds op de juiste wijze zijn gemonteerd en niet onbedoeld gaten blokkeren. Plaats een goed en nieuw luchtfilter en reinig de luchtfilterbak. Plaats een goed en nieuw oliefilter; bij aanschaf van een motor wordt vrijwel altijd een nieuw oliefilter meegeleverd. Plaats een goed en nieuw brandstoffilter. Controleer bij het oude filter of er waterdeeltjes in het brandstofsysteem hebben gezeten; is dat het geval, reinig dan het gehele brandstofsysteem tot en met de tank.
Bevestigingsmiddelen
Rekbouten mogen niet worden hergebruikt. Zet alle bouten en moeren vast met het voorgeschreven aanhaalmoment dat bij dat type bout en/of moer hoort. Omdat het aanhaalmoment afhangt van het type bout en de maatvoering, kan een afwijkend moment schade veroorzaken. Rekbouten worden op een aanhaalmoment vastgezet en daarna over een bepaalde hoek nagetrokken. Controleer steeds of u over de juiste gegevens beschikt; ook de volgorde van aanhalen kan zijn voorgeschreven. Volg dit nauwkeurig.
Controleer vóór montage van het vliegwiel of de draadgaten in de krukas zijn doorgeboord. Is dat het geval, voorzie de schroefdraad van de vliegwielbouten dan van een vloeibaar borgmiddel. Trek de bouten en moeren van de inspuitdelen op het juiste moment aan; zeker bij moderne motoren voorkomt dit problemen. Denk hierbij ook aan de verstuiverleidingen.
Assemblage van de motor
Zorg dat de geleverde motor goed en stevig op uw werktafel staat en let op welke kant u het product neerlegt. Moet u transportdelen omzetten, gebruik dan de bijgeleverde pakkingen of een vloeibaar dichtmiddel van goede kwaliteit. Monteer alle appendages met de juiste aanhaalspanningen.
Monteer de krukaspoelie zorgvuldig. Controleer het keerringaanloopvlak en zorg dat de spie bij montage niet wordt weggedrukt. Zet de krukaspoeliebout op het juiste aanhaalmoment vast; in een aantal gevallen is een vloeibaar borgmiddel gewenst. Monteer de distributie zorgvuldig volgens fabrieksgegevens; één tandje verschil kan al ernstige gevolgen hebben. Controleer de afstelling van de brandstofpomp aan de hand van fabrieksgegevens. Monteer de verstuivers met nieuwe afdichtringen en brandplaatjes. Monteer beschermkappen zorgvuldig en controleer of ze niet raken aan draaiende delen. Vernieuw de V-snaar of multiriem.
Is een automatische versnellingsbak gemonteerd, druk dan de holle as van de koppelomvormer zorgvuldig in de oliepomp van de bak. Let erop dat de aandrijfnokken van de holle as goed in de uitsparingen van de oliepomp vallen. Om beschadiging van de radiateur te voorkomen, adviseren wij deze te demonteren voordat de motor wordt ingebouwd. Gebruik het juiste takelmateriaal om de motor in de motorruimte te plaatsen; dit voorkomt schade bij inbouw. Controleer bij montage alle stekkerverbindingen en gebruik goede slangen en slangklemmen. Gebruik motorolie en koelvloeistof van goede kwaliteit en vul beide op het juiste niveau af. Belangrijk hierbij is dat het koelsysteem goed is ontlucht.
Startprocedure
Voordat u start, is het belangrijk dat alle delen vastzitten, dat er voldoende olie in het carter zit, dat er voldoende koelvloeistof in het koelsysteem zit en dat de riemspanning goed is. Neem bij een benzinemotor eerst de bougiekabels los; bij een diesel moet de brandstoftoevoer naar de cilinders worden onderbroken. Laat de motor eerst rondlopen tot deze voldoende oliedruk heeft. Lukt dit niet, ontlucht dan het smeersysteem door het oliefilter met olie te vullen en het oliekanaal met een oliespuit vol te spuiten. Is er voldoende oliedruk, sluit dan de bougiekabels weer aan of open bij een diesel de brandstoftoevoer naar de cilinders.
Laat de motor aanslaan en met een licht verhoogd stationair toerental draaien. Controleer nauwlettend de oliedruk en de temperatuur. Vul tijdens het ontluchten voldoende koelvloeistof bij. Controleer op lekkages van olie en/of water. Stel de ontsteking en, indien aanwezig, de carburateur af volgens voorschrift. Controleer of het gehele koelsysteem goed functioneert, of de thermostaat opent en of de ventilator inslaat.
Inrijinstructie
Zorg dat de motor goed op bedrijfstemperatuur komt voordat u deze belast. Vermijd tot 1.000 kilometer extreme belasting; schakel op tijd terug, zodat de motor niet met een laag toerental en een hoge belasting draait. Belast de motor tot maximaal 70% van het vermogen. Vermijd lang stationair draaien en het rijden met constante toerentallen. Wees ook niet te voorzichtig: anders krijgen de zuigerveren geen kans om goed in te lopen, wat tot olieverbruik kan leiden.
Nacontrole
Na 1.000 kilometer adviseren wij u de motor te controleren. Controleer bij alle bevestigingen of er niets is losgetrild. Controleer de niveaus van olie en koelvloeistof en controleer op lekkages. Vervang bij 1.000 kilometer het oliefilter.
Retour van het oude deel
Verwijder van het oude, te retourneren deel alle olie- en brandstofresten. Dicht alle gaten af met de rode doppen die in het door ons geleverde product zaten. Controleer of het oude deel compleet is; ontbrekende delen worden nagerekend en in mindering gebracht op het te crediteren statiegeld.
Bovenstaande instructies hebben een algemeen karakter. Wij wijzen u er uitdrukkelijk op dat wij niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade als gevolg van afwijkingen tussen deze instructies en de originele voorschriften van de fabrikant. Ook voor eventuele interpretatie- of drukfouten in de door ons verstrekte informatie kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld.